Kan een smartengelduitkering de PW bijstandsuitkering doen beëindigen of kan die worden gekort?

De slachtoffers van een verkeersongeval ontvingen vanaf 2011 al een bijstandsuitkering van de Gemeente Rotterdam. De letselschade slachtoffers kregen na onderhandelingen met de WA verzekeraar een uitkering op smartengeld uitgekeerd ter verzachting van het ondergane leed van € 45.000,– maar de Gemeente wenste dat bedrag grotendeels tot de middelen te bestempelen in het kader van de bijstandswetgeving zodat gekort kon worden op de bijstandsuitkering PW.

De zaak kwam uiteindelijk bij de hoogste rechter de CRvb terecht en die besliste dat in principe een College van B&W van een Gemeente deze vragen individueel en per casus moet beoordelen. Alles hangt dus af van de omstandigheden van de individu, de leeftijd van dat slachtoffer, de ernst van het letsel etc. om te beoordelen of gekort moet gaan worden op een PW uitkering. 100% korten mag niet volgens de wetgever. Zover rijkt het vangnetkarakter van de bijstand dus niet.

Als criterium gaf de CRvB mee dat in principe gekeken moet worden naar de omvang van het smartengeldbedrag gedeeld door het aantal jaar, waarin de betrokkene naar verwachting nog leeft. Dus als € 45.000, — smartengeld werd uitgekeerd en de betrokkene leeft nog 30 jaren , dan zal per jaar  € 1.500, — tot de PW middelen gerekend mogen worden en dus gekort. Behoudens de vrijstellingen die de PW wet biedt.

Terug naar overzicht