Zuivere aanvaarding?

Dat kan wel maar was het in casu niet. Wat was het geval. Erflaatster moeder had 3 kinderen waarvan er een zoon in 2000 was overleden. Deze zoon had 2 kinderen. De twee andere kinderen werden door moeder bij testament tot enig erfgenaam benoemd met uitsluiting van de kinderen van de overleden zoon. Diens vrouw pikt het niet en vordert € 11.072, — uit de erfenisboedel. De Kantonrechter wijst de vordering af maar het Hof wijst de vordering toe. Ten onrechte zegt nu de Hoge Raad, want het feit dat de benoemde erfgenamen de erfenis beneficiair aanvaard hadden (“eerst zien wat er in de boedel aanwezig is” alvorens te erven), wordt niet ineens opzij gezet doordat ze met zijn tweeen uit eten waren gegaan op de dag van het overlijden voor € 119, — om de begrafenis te bespreken en op kosten van de erfenis en dus van moeders boedel. Dat feit betekende geen daad van “zuivere aanvaarding”. De erfenis had een negatief saldo. De Hoge Raad: het maken van kosten die redelijk zijn ten laste van de nalatenschap kunnen niet automatische betekenen dat de erfgenamen zuiver hebben aanvaard.

Terug naar overzicht