Hoge Raad laat zich uit over de criteria van ontslag uit diens functie
Op 5 november jl wees de Hoge Raad een belangrijk arrest over de criteria wanneer een door de erflater benoemd executeur testamentair-testamentair bewindvoerder kan worden ontslagen uit zijn functie.
Wat speelde: vader was rijk en directeur van een BV met meerdere vakantiehuizen in het buitenland. Hij liet € 1.353.665 na en een kunstverzameling. Vader had 1 zoon en 4 dochters en een broer die tot executeur werd benoemd over zijn vermogen. Zijn partner kreeg een legaat ter hoogte van € 736.670, –. Enkele kinderen waren het niet eens met het beleid van de executeur testamentair en tevens testamentair bewindvoerder, omdat hij een van de vakantiehuizen (100 jarig familiebezit) leek in te willen palmen voor zichtzelf ten koste van de nalatenschap. Evenmin verschafte de executeur inzage in de rekening courantverhouding tussen de erflater en zijn BV. Want daaruit zou een schuld kunnen blijken. En hij betaalde vroegtijdig delen uit de erfenis alvast uit. Een klacht in cassatie ging oa. over het feit dat de executeur de inhoud van de rekening courant niet kende. Het Hof maakte daar korte metten mee door aan te nemen dat hij de tekst maar beter had moeten lezen. En verder gaf de executeur een te vroege “ruimschoots verklaring” af waaruit zou blijken dat de erfenis voldoende liquide middelen had om alle schuldeisers te kunnen voldoen. Aldus het Hof. de Hoge Raad casseerde niet.
De Kantonrechter aan wie deze zaak allereerst bij verzoekschrift was voorgelegd oordeelde dat als wanbeheer moet worden aangenomen, dat een casuïstische beslissing is, die afhangt van alle omstandigheden van het geval. Het ontbreken van een vertrouwensrelatie tussen executeur en de erfgenamen kan daarbij belangrijk zijn. De combinatie met een ingewikkelde nalatenschap kan een gewichtige reden voor ontslag in de zin van de wet opleveren. Dat vond ook het Hof en de Hoge Raad bekrachtigde dat.
Een executeur kan worden ontslagen uit zijn wettelijke plicht indien sprake is van gewichtige redenen die liggen in verwaarlozing van zijn taken, geen info verschaffen en slecht communiceren. Het Hof wijst naar dezelfde criteria die gelden voor een bewindvoerder en een curator. De vertrouwensrelatie speelt daarbij ook een belangrijke rol. Er moet sprake zijn van geobjectiveerd wantrouwen.
Terug naar overzicht