Omgang weigeren kan dat zo maar?

Na een echtscheiding of verbreking van een relatie heeft een kind recht op omgang met zijn of haar ouders. Het recht op omgang tussen ouder en kind is een fundamenteel recht. Slechts als zich de volgende opgesomde omstandigheden voor doen kan omgang met het kind en de ouder worden ontzegd:

  • De omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind;
  • De ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt is of kennelijk niet in staat geacht moet worden geacht;
  • Het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken;
  • Omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Het gegeven dat de met gezag belaste ouder bezwaren heeft tegen omgang is geen omstandigheid die tot ontzegging van de omgang kan leiden. De rechter is op grond van artikel 8 EVRM gehouden zich in te spannen om – in weerwil van een weigerachtige houding van de met gezag belaste ouder- een omgangsregeling tot stand te brengen en dient daartoe alle in het gegeven geval gepaste maatregelen te treffen.

In de praktijk blijkt een omgangsregeling niet altijd eenvoudig tot stand te brengen. De onderlinge verhoudingen tussen de ouders kan zodanig verstoord zijn, dat een goede uitvoering van een omgangsregeling, onder druk komt te staan. Dit kan grond zijn om het recht op omgang te ontzeggen, maar de bovengenoemde weigeringsgronden zien op uitzonderingssituaties. Het zwaarwegende belang van het kind is bij omgang tussen met zijn of haar ouders leidend.

Sommige politieke partijen zijn van mening dat de ouder die weigert het kind toegang te laten hebben tot omgang met de ex-partner, ondanks een vastgestelde omgangsregeling, strenger moeten worden bestraft. Zij zijn van mening dat de weigermoeders en- vaders er te makkelijk mee wegkomen.

Aan de weigermoeders en- vaders kunnen heden de volgende consequenties (dwang)middelen worden verbonden: Dwangsom; Wijziging hoofdverblijfplaats; Lijfsdwang.

Bovenstaande (dwang)middelen vinden sommige politieke partijen niet voldoende. Het kabinet moet volgens de partijen VVD, SP en DD66 nog dit jaar met voorstellen komen om de weigerouder harder aan te pakken. Zij willen dat het strafrecht vaker ingezet wordt. Of dat de huidige wet wordt aangepast zodat die strenger is voor de weigeraar. Het inzetten van het strafrecht dient te gaan gelden als een stok achter de deur. Immers het kabinet is van mening dat de huidige aan te wenden middelen lang niet effectief zijn met als gevolg dat het kind daardoor een van de ouders niet ziet, terwijl het daar wel recht op heeft. Dit levert schrijnende situaties op. De Tweede Kamer eist daarom maatregelen om af te dwingen dat het minder vaak voorkomt het kind haar vader of moeder niet ziet. De bedoeling van de initiatiefnemers is dat de politie bij het weigeren van de omgang tussen het kind en de ex-partner een brief aan de “weigerouder” stuurt, waarbij men wordt uitgenodigd voor een gesprek op het politiebureau. Ook kan men vervolgd worden.

Het is de vraag of de voorstellen van het kabinet van toegevoegde waarde zijn. Het strafrecht bestraft namelijk gedrag terwijl het civiele recht als eerste overweging bij dit soort maatregelen “het belang van het kind” voorop stelt. Een maatregel vanuit het strafrecht kan verder een extra escalatie tot gevolg hebben. Namelijk sneller naar de politie stappen om aangifte te doen, waardoor een nieuwe escalatiemogelijkheid in de strijd tussen ouders ontstaat. Verder zal het opleggen van een boete of een taakstraf geen omgang met het kind en de ex-partner tot stand hoeven te brengen. Tevens is de maatregel geldboete te vergelijken met het huidige bestaande dwangmiddel de dwangsom en dus niet nieuw. De vraag is dan ook wat het verschil is met de dwangmiddelen die heden bestaan in het civiele recht?

Om problemen voor de toekomst te voorkomen is het wellicht beter de verantwoordelijkheid terug te leggen bij de ouders. Dit kan wellicht gerealiseerd worden op het moment dat de ouder getroffen wordt in haar belangen bijvoorbeeld door meer in te zetten op het wijzigen van het hoofdverblijf van het kind of een aanpassing van het gezag bij het stelselmatig zonder goede grond weigeren van de omgang tussen het kind en de ex-partner.

Terug naar overzicht